co-ouder moet in zelfde gemeente blijven wonen

In een op 22 december 2016 gewezen uitspraak werd geen toestemming verleend aan een man, die met de moeder van zijn kinderen de zorg verdeelde, om te verhuizen. De rechtbank gaat er van uit dat de man iets regelt in de woonplaats van de kinderen, als de kinderen bij hem verblijven.
Uit deze uitspraak volgt dat je als ouder de belangen van je kinderen moet laten voorgaan op je eigen belang.

De feiten
Uit het huwelijk tussen de man en de vrouw zijn twee (nu nog minderjarige) kinderen geboren, over wie partijen gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen. Na hun echtscheiding in 2011 wordt een co-ouderschapsregeling afgesproken, waarbij de kinderen de ene week bij hun man en de andere week bij hun moeder verblijven.

De man en de vrouw leggen vast in het echtscheidingsconvenant  dat zij, totdat het oudste kind 21 jaar oud is, in dezelfde zullen blijven wonen.
De man heeft een nieuwe partner gevonden, met wie hij een huis in een ander gemeente heeft gekocht.

De verzoeken
De vrouw verzoekt de rechtbank te bepalen dat de man de afspraak in het echtscheidingsconvenant met betrekking tot het wonen in dezelfde woonplaats naleeft. De man op zijn beurt verzoekt de rechtbank hem vervangende toestemming te verlenen om te verhuizen.

Geen toestemming verhuizing voor de man
De rechtbank overweegt dat de man in beginsel de gelegenheid moet krijgen om met zijn nieuwe partner elders een gezinsleven en een toekomst op te bouwen. Daarbij moeten echter ook andere belangen en omstandigheden meegewogen worden.
Alles overwegende geeft de rechtbank de man geen toestemming voor een verhuizing.

De rechtbank stelt dat niet is gebleken dat de man een (financiële) noodzaak heeft om te verhuizen. Ook de overige stellingen, zoals (1) dat de kinderen van de partner van de man niet uit hun vertrouwde omgeving worden gehaald, (2) de omgangsregeling tussen die kinderen en hun man niet wordt bemoeilijkt, (3) de partner van de man haar moeder hulp/zorg kan verlenen en er steun en opvang door de familie van de partner beschikbaar is, acht de rechtbank onvoldoende. Deze zien immers met name op (het welzijn van) de nieuwe partner van de man en haar kinderen. Ook het feit dat de man inmiddels een woning met zijn nieuwe partner heeft gekocht, maakt dit oordeel niet anders. Door vooruit te lopen op de uitkomst van de procedure, stelt de man zijn ex-echtgenote voor een voldongen feit. De gevolgen daarvan kunnen niet worden afgewenteld op de vrouw  en de kinderen, maar komen voor rekening en risico van de man.
Vanwege de reistijd tussen de woonplaats van de kinderen en de nieuwe woonplaats van de man, kan de co-ouderschapsregeling niet meer behoorlijk worden uitgevoerd.
De rechtbank vindt dat de belangen van de kinderen bij de uitvoerbaarheid van die regeling leidend zijn. Door de keuze van de man om naar een andere plaats te verhuizen, is extra onrust en belasting in het leven van de kinderen ontstaan. Dit weegt volgens de rechtbank niet op tegen de door de man aangedragen belangen.
De man krijgt dus geen toestemming van de rechtbank om te verhuizen.
De rechtbank vindt dat zij de man niet kan dwingen om in de zelfde woonplaats als de kinderen (en de vrouw te blijven wonen), maar van de kinderen kan niet worden verlangd dat zij op een andere plek verblijven dan in hun eigen woonplaats, wanneer zij de week bij hun man doorbrengen.
De rechtbank gaat ervan uit dat de man een geschikte woon- en/of verblijfplaats zal regelen voor de kinderen in hun woonplaats wanneer zij bij hem zijn. Om die reden wijst de rechtbank het verzoek van de vrouw af.

Rechtbank Rotterdam, 3 november 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:8885

Contact

Bel voor meer informatie
078 - 613 45 33 of mail naar info@silfhoutadvocatuur.nl

Meer gegevens