Ontslag op staande voet en toch een transitievergoeding moeten betalen?

Dat lijkt tegenstrijdig en is het wellicht ook, maar er kan sprake zijn van een situatie waarbij de werkgever een werknemer terecht op staande voet kan ontslaan, maar toch een transitievergoeding aan de werknemer moet betalen.

Hoe zit dat?
Tot 2015 was deze mogelijkheid niet aanwezig. Als de werknemer terecht op staande voet werd ontslagen, had deze geen recht op een vergoeding. Met de invoering van de verplichte transitievergoeding in 2015 is deze mogelijkheid er wel gekomen.
Er hoeft geen transitievergoeding te worden betaald als er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen, of nalaten door de werknemer. Voor een ontslag op staande voet is echter een dringende reden voldoende. Dat betekent dus dat er een dringende reden kan zijn, maar dat het handelen van de werknemer niet ernstig verwijtbaar is, waardoor deze aanspraak heeft op (een deel van) de wettelijke transitievergoeding.
Volgt u het nog?
Situaties waaraan u kunt denken zijn bijvoorbeeld een ontslag op staande voet dat is verleend op grond van het onder invloed van alcohol op het werk verschijnen, waarbij de alcoholverslaving niet als ernstig verwijtbaar wordt geoordeeld, zodat de werknemer toch een transitievergoeding toegekend kreeg.

Niet re-integreren, terecht ontslag op staande voet toch betalen
In een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 27 februari 2019 werd een ontslag op staande voet rechtsgeldig geoordeeld. Dat ontslag was aan de werknemer gegeven omdat deze bij herhaling had geweigerd om re-integratiewerkzaamheden te verrichten en dat ook is blijven weigeren.
De werknemer had zich ziekgemeld met klachten aan zijn schouder en arm. De bedrijfsarts was van mening dat de werknemer vanaf 14 juni 2018 weer kon re-integreren. Dat deed de werknemer echter niet. Ook na herhaaldelijk te zijn opgeroepen kwam hij niet opdagen. De werkgever heeft daarop de loonbetaling stopgezet. Nadat zowel de bedrijfsarts van de werkgever, als de bedrijfsarts die een second-opinion had gegeven de werknemer arbeidsgeschikt achtte, maar deze nog steeds niet kwam opdagen heeft de werkgever de werknemer op 18 september 2018 op staande voet ontslagen.

De werknemer was het hier niet mee eens en verzoekt vernietiging van het ontslag. Daarvoor vindt hij geen gehoor bij de kantonrechter, die het ontslag rechtsgeldig oordeelt. Omdat de werknemer echter 11 jaar goed gefunctioneerd heeft en het ontslag ingrijpende gevolgen voor de werknemer had, moest de werkgever hem toch 50% van de transitievergoeding betalen.

Conclusie
De conclusie die uit dit arrest en uit eerdere uitspraken kan worden getrokken is dat het met een ontslag op staande voet het niet klaar is; als werkgever kan je alsnog worden veroordeeld tot betaling van een transitievergoeding.
Hoe (on)eerlijk is dat!

Meer weten? Bel gerust met Yolanda Silfhout. Zij zal u graag informeren. 

Meer lezen