Wat te doen met een zieke werknemer?

Sinds 1 juli 2015 kan een werkgever het ontslag van een zieke, weigerachtige werknemer enkel nog bewerkstelligen via ontbinding door de kantonrechter. De kantonrechter beoordeelt een dergelijk ontbindingsverzoek kritisch vanwege het opzegverbod tijdens ziekte. Dat opzegverbod houdt in dat gedurende de eerste 2 jaar de arbeidsovereenkomst niet kan worden opgezegd.

Wat nu als een zieke werknemer niet meewerkt aan de re-integratie?
Dan kan wel een verzoek bij de rechtbank worden ingediend. De kantonrechter die dat verzoek behandelt, zal het ontbindingsverzoek afwijzen als de zieke werknemer niet eerst schriftelijk is gemaand tot nakoming van zijn re-integratieverplichtingen, of de betaling van het loon is gestaakt. Daarnaast is een deskundigenoordeel van het UWV vereist.
Dit zijn drie behoorlijk harde eisen, zo blijkt uit de wet en rechtspraak. Alleen in uitzonderingssituaties kan van deze eisen worden afgeweken. Voorzichtigheid is echter geboden. Dat blijkt uit een op 17 januari jl. gepubliceerde uitspraak, waarbij een verzoek van de werkgever werd afgewezen. 

 Wat speelde er?
Een 61-jarige werknemer werkte sinds een aantal jaren bij zijn werkgever, een ICT-bedrijf. Vanwege een hartinfarct meldde werknemer zich op 4 februari 2015 ziek. Een jaar erna kon werknemer, na een succesvol re-integratietraject, beter worden gemeld. Kort voor de hersteldmelding vond een functioneringsgesprek plaats, waarin de werknemer werd aangesproken op onvoldoende functioneren. Hierdoor zou bovendien sprake zijn van een gespannen werkrelatie met collega’s. Zonder enig overleg met werknemer, werd vervolgens een verbeterplan opgesteld.

De werknemer meldde zich vanwege dit gebeuren opnieuw ziek op 4 februari 2016. De bedrijfsarts onderschreef de arbeidsongeschiktheid van werknemer en adviseerde mediation. Er was volgens hem sprake van een arbeidsconflict met medische beperkingen. Hij achtte werknemer echter in staat passende arbeid te verrichten, zolang dat niet onder de eigen leidinggevenden gebeurde.

In het kader van mediation bood de werkgever een beëindigingsovereenkomst aan. Omdat geen overeenstemming werd bereikt, werd de re-integratie hervat. Na een aantal dagen gaf werknemer aan het werk niet meer aan te kunnen en angst te hebben voor een nieuw hartinfarct. De bedrijfsarts was het hiermee niet eens  en concludeerde dat werknemer gewoon kon re-integreren. Dat zinde de werknemer niet en deze vroeg daarop een deskundigenoordeel aan. De werkgever was het beu en stopte met de loondoorbetaling.

Het UWV concludeerde dat de aangeboden arbeid niet passend was. De werkgever riep werknemer vervolgens opnieuw op voor andere, passende werkzaamheden en gaf bij de oproep aan het loon met terugwerkende kracht te zullen betalen, indien hij aan de oproep gehoor gaf. Hoewel werknemer gehoor gaf aan de oproep, meldde hij zich vrijwel onmiddellijk weer ziek. Mediation werd niet hervat en de bedrijfsarts achtte werknemer in staat tot de aangeboden passende arbeid.

Bij brief van 13 september berichtte de inmiddels ingeschakelde psycholoog dat werknemer kampte met onder meer een depressieve stoornis. Naast het advies van de cardioloog, om stress te reduceren, maakte de psycholoog tevens melding van het feit dat werknemer soms suïcidale gedachten had. De bedrijfsarts heeft werknemer naar aanleiding van deze informatie echter niet opnieuw opgeroepen. In een hernieuwd deskundigenoordeel oordeelde het UWV dat de aangeboden arbeid passend leek, maar dat de situationele arbeidsongeschiktheid aan de uitvoering daarvan in de weg stond.     

 Procedure
De werkgever diende een verzoek ik bij de Kantonrechter in Utrecht en stelde dat de werknemer zijn re-integratieverplichtingen zonder deugdelijke grond niet heeft nageleefd
De (in tweede instantie) aangeboden arbeid was passend en de loonstop had werknemer niet in beweging gebracht. Werknemer verweert zich met een beroep op het opzegverbod tijdens ziekte.

Beoordeling door Kantonrechter Utrecht
De kantonrechter oordeelt dat het opzegverbod tijdens ziekte niet van toepassing is als een werknemer zonder deugdelijke grond weigert zijn re-integratieverplichtingen na te komen. De hoofdvraag in kwestie is of de aangeboden arbeid passend was. Passende arbeid is alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de werknemer is berekend, tenzij aanvaarding daarvan om redenen van lichamelijke, geestelijke en sociale aard niet van hem kan worden gevergd. De aangeboden arbeid acht de kantonrechter niet passend vanwege het feit dat de psychiater van werknemer psychische stoornissen had vastgesteld die hem in het dagelijks leven belemmeren. Het UWV heeft in het laatste deskundigenoordeel geen rekening gehouden met de psychische component. Ook de bedrijfsarts heeft deze informatie ten onrechte niet in zijn oordeel betrokken.
De Kantonrechter wijst het verzoek af. Hierbij speelde een rol dat de werkgever de arbeidsovereenkomst van begin af aan heeft willen beëindigen.

De loonstop is ten onrechte ingezet en de tekortkomingen in het kader van de re-integratie aan de kant van de werkgever maken volgens de kantonrechter dat de passende arbeid op een deugdelijke grond is geweigerd. Het opzegverbod staat aan de ontbinding in de weg.

Rechtbank Midden-Nederland 4 januari 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:110 (datum publicatie: 12 januari 2017)

Voor werkgevers de tip om er voor te zorgen dat voldoende wordt meegewerkt aan de re-integratie en er voor te zorgen dat, alvorens een verzoek in te dienen bij de Kantonrechter,  het dossier op orde is.

Contact

Bel voor meer informatie
078 - 613 45 33 of mail naar info@silfhoutadvocatuur.nl

Meer gegevens