Ontslagvergoeding in stamrecht-BV valt niet onder periodiek verrekenbeding

In het kader van hun echtscheiding twisten een men en een vrouw onder meer over de vraag of de ontslagvergoeding die de man in 2007 heeft ondergebracht in een eigen stamrecht-BV behoort tot het te verrekenen vermogen krachtens hun periodiek verrekenbeding.

De man heeft in 2007 aanspraak gekregen op een ontslagvergoeding van € 175.000,--. De voormalige werkgever van de man heeft deze ontslagvergoeding overgemaakt op de rekening van de door de man opgerichte stamrecht B.V.
Uit de stamrechtovereenkomst blijkt dat genoemde B.V. gehouden is met ingang van een door de man gewenste datum, voor een door hem aan te geven gewenste duur en hoogte periodieke uitkeringen te doen, met dien verstande dat deze niet later zullen ingaan dan in het jaar dat de man de leeftijd van 65 jaar bereikt.
De rechtbank is van oordeel dat de aanspraken als privévermogen van de man zijn aan te merken en geen deel uitmaken van het te verrekenen vermogen. Er heeft nog geen stamrechtuitkering plaatsgehad. Gezien de in de huwelijkse voorwaarden opgenomen bepaling over het begrip inkomen, namelijk besteedbaar inkomen, vallen deze aanspraken buiten de verrekening (zie Rechtbank Den Haag 20 december 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:15738).

Wel in de verdeling moet worden meegenomen een gouden handdruk in contanten.  
Al in 1996 oordeelde de Hoge Raad (22 maart 1996, nr. 15921, NJ 1996/00640) dat een gouden handdruk die door de werknemer ten tijde van het huwelijk in contanten werd ontvangen (er werd geen stamrecht bedongen), tot de gemeenschap van goederen behoort en bij echtscheiding moet worden gedeeld.

In 2008 oordeelde de Hoge Raad (HR 17 oktober 2008, nr. 2007/00078, LJN: BE 9080) dat een gouden handdrukstamrecht niet hoefde te worden verdeeld; deze werd aangemerkt als (vervanging van) loon.

De gouden handdruk werd aangewend voor de aankoop van een direct ingaande periodieke uitkering en diende als inkomensaanvulling. Volgens de Hoge Raad was er sprake van vervanging van inkomen dat normaliter als loon was genoten als er geen sprake was geweest van ontslag. Net als loon dat na de echtscheiding wordt verkregen, vallen de uitkeringen uit het stamrecht die na de echtscheiding worden genoten niet in de gemeenschap. Wel zal bij eventuele alimentatie voor wat betreft de vaststelling ervan, rekening worden gehouden met het inkomen uit het gouden handdrukstamrecht. De stamrechtuitkeringen die werden ontvangen vóór de datum van echtscheiding behoorden wel tot de gemeenschap.

Dit lijkt duidelijk maar een uitspraak van het Hof Den Haag uit 2014 maakt het weer ingewikkeld.
In deze uitspraak ontving de man tijdens het huwelijk een ontslagvergoeding, die werd ondergebracht in een stamrecht BV. Tijdens het huwelijk werden ook uitkeringen uit de stamrecht BV genoten, maar deze werden op een later tijdstip ook weer gestopt .

Het Hof was van mening dat de uitkeringen uit het stamrecht wel in de gemeenschap vielen, maar dat gold niet voor de aanspraak van de man op de nog niet uitgekeerde bedragen. Het recht op deze toekomstige uitkeringen is volgens het Hof verknocht aan de man en valt niet in de gemeenschap. Dit lijkt tegenwoordig de lijn te zijn in de jurisprudentie. 

Meer weten, neemt u dan contact met mij op.

 

 

 

 

 

Bekijken